Geen schadevergoeding voor garage die na tien jaar auto vernietigd

02 sep, 2022 | Overig, Rechtspraak
9,5
Klanten vertellen

985 beoordelingen

De eigenaar van een Volkswagen Golf had niet bepaald haast bij het ophalen van zijn auto. De man bracht het beestje in 2009 naar een garagebedrijf voor enkele reparaties en ombouw. De man bleek een jaar later geen geld te hebben voor het voldoen van de rekening. De garage staakte daarom de werkzaamheden en parkeerde de wagen buiten het bedrijf.

Met de noorderzon…

Van de eigenaar werd vervolgens niets meer vernomen. Pas in 2016 besloot de man contact op te nemen met de garage. De auto was inmiddels overgeschreven op naam van zijn zoon. Geld voor het voldoen van de rekening was er echter nog steeds niet. Voor een antwoord op een daarop volgende e-mail van de garage heeft de man maar liefst drie jaar uitgetrokken.

Geen contact meer

Op brieven, mails en telefoontjes vanuit het garagebedrijf werd niet gereageerd. Inmiddels, 10 jaar later, was de garage het zat. De auto was volgens hen flink aan het wegroesten en lekte zelfs vloeistoffen. De garage vreesde daardoor voor sancties voor overtreding van de milieuwetgeving. Het bedrijf besloot in 2019 dat het genoeg was, heeft de turbo en het motorblok verwijderd en de rest van de wagen aan de schroothandelaar meegegeven.

Schadevergoeding

De man en zijn zoon kwamen in 2020 in actie en lieten per brief weten dat zij hun Golf terug wilden. Toen aan het licht kwam dat het garagebedrijf de auto had vernietigd, stelden de man en zijn zoon de garage aansprakelijk voor de schade. Zij eisten een schadevergoeding van 13.500 euro en vergoeding van de juridische kosten.

Vernietigen andermans eigendom

De kantonrechter boog zich over de zaak. Hij drukte de garage nog wel op het hart dat zij de auto pas had mogen vernietigen nadat de eigenaren in staat waren gesteld de rekening te betalen en de auto binnen redelijke termijn op te halen. Omdat de eigenaren spoorloos leken en al die jaren hun auto niet hadden opgehaald moet de vernietiging toch voor hun rekening komen. Ook het lekken van de vloeistoffen speelde een rol bij de overweging.

Oordeel van de rechter

De rechtbank heeft de eisen van de man dan ook van tafel geveegd. De garage had weliswaar de auto niet zomaar mogen vernietigen, maar de omstandigheden zouden die actie in dit geval wel rechtvaardigen, oordeelde de kantonrechter. De garage moet wel de 1.500 euro opbrengst van de onderdelen aan de man betalen en het nog niet verkochte motorblok teruggeven. De garage mag dit bedrag niet verrekenen met de nog openstaande factuur, aangezien deze niet door de zoon, maar door zijn vader moet worden voldaan.