Ontslag op staande voet terecht voor monteur na knal en vlam

Een projectleider van een netbeheerder is in de zomer van 2020 ontslagen. Het gerechtshof bevestigt het ontslag. De man wordt ervan beschuldigd onaanvaardbare risico’s te hebben genomen tijdens het verhelpen van een stroomstoring bij de GGZ in Eindhoven. De reparatie, onder leiding van de manager, ging gepaard met een flinke knal en een vlam ging rakelings lang het gezicht van een medewerker van de GGZ-instelling. De 56-jarige man was sinds december 2007 in dienst bij het bedrijf. Hij hield als projectleider toezicht op het correct gebruik van gereedschappen en was verantwoordelijk voor de veiligheid tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.

Water, stroom en natte schoenen: uiterst gevaarlijke situatie

Vorig jaar was de medewerker hoofdverantwoordelijk voor de reparatie van de stroomstoring van de GGZ-instelling. Op de locatie wordt aan hem de opdracht gegeven om in een natte sloot een kabel vrij te graven. Het bedrijf schrijft dat dit uiterst gevaarlijk was, ondanks dat de spanning van de kabel is afgehaald. Volgens het bedrijf wist de medewerker namelijk helemaal niet of er naast die ene kabel, nog meer kabels waren geraakt. Verder zou het algemene kennis zijn dat de combinatie van water, stroom en natte schoenen uiterst gevaarlijk is.

GGZ-instelling maakt zich zorgen

Nadat de medewerker vaststelt dat vocht in de kabel de reden is van de kortsluiting, geeft hij de monteur de opdracht om de defecte kabel onder spanning te zetten. Zo zou het vocht uit de kabel verdampen. Dit werkt echter averechts en er klinkt een flinke knal en er verschijnt een steekvlam. De leidinggevende van de GGZ-instelling maakt zich zorgen en schakelt een collega in. De projectleider krijgt van hem het advies om de voedingskabel af te schakelen en een noodaggregaat in te zetten.

Een knal en een vlam langs gezicht medewerker

De projectleider acht dat echter niet nodig. Volgens hem zou het voldoende zijn om opnieuw een noodreparatie aan te brengen. Toch gaat het opnieuw mis. Er ontstaat opnieuw kortsluiting als hij de noodoplossing wil laten zien. Opnieuw een knal en een vlam. De vlam gaat volgens het bedrijf vlak langs het gezicht van een medewerker van de GGZ-instelling. Hierdoor heeft de leiding van de GGZ-instelling geen vertrouwen meer in de monteur en neemt een medewerker de regie over. Het bedrijf stelt dat de man alle geldende veiligheidsvoorschriften en preventie maatregelen heeft genegeerd door geen noodaggregaat in te zetten.

Geen excuses

De projectleider wordt verweten dat door geen noodaggregaat te laten komen, hij alle veiligheidsvoorschriften en preventiemaatregelen opzij heeft geschoven. Van hem zou verwacht mogen worden dat hij weet hoe er veilig gewerkt wordt in zo’n situatie en dat hij de veiligheid van alle aanwezigen kan waarborgen. Hij zou zijn plichten niet juist hebben opgevolgd. De medewerker vindt echter dat zijn manier van handelen de juiste was. Hij zou de kabel zo goed mogelijk geïsoleerd hebben en hij liet uit voorzorg een gipsplaat aanleggen. Uit zijn ontslag valt ook geen excuses op te maken. Dit wordt hem door de werkgever verweten wat zou bevestigen dat de werkgever de arbeidsovereenkomst niet voort kan zetten. De man wordt op staande voet ontslagen.

Geen vergoedingen voor de werknemer

In hoger beroep eist de werknemer vanwege zijn ontslag op staande voet diverse vergoedingen. Het gerechtshof gaat hierin, net zoals de kantonrechter, niet mee. Het hof is van oordeel dat de werknemer inderdaad een onaanvaardbaar risico heeft genomen. Zowel voor zichzelf, als voor de storingsmonteur, door onbeschermd en met een metalen schep de natte sloot in te gaan en rond de beschadigde kabel te graven. In het vonnis staat te lezen dat wanneer de werknemer of de storingsmonteur in de natte sloot had gestaan of met het slootwater in contact zouden komen, zij dit niet zouden hebben overleefd. Het hof wijst de verzoeken van de werknemer dan ook af en veroordeelt hem tot het betalen van de proceskosten.